My Blog

My WordPress Blog

DE OPZEGTERMIJNr,

Berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst De berekening van de opzegtermijn wordt niet altijd bepaald door de duur van de lo- pende arbeidsovereenkomst die wordt opgezegd. In bepaalde situaties wordt de duur van de daaraan voorafgaande arbeidsovereenkomsten meegerekend. Allereerst speelt
dit bij de toepassing van de in art. 7:667 lid 4 Burgerlijk Wetboek neergelegde zoge-noemde Ragetlie-regel (zie 3.2.3 onderdeel Berekening van de opzegtermijn). In het geval dat een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd is voortgezet door een arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd en deze laatste arbeidsovereen-
komst moet worden beëindigd door opzegging, wordt de in acht te nemen opzegter- mijn berekend vanaf het tijdstip van de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd. Met dit laatste wordt bedoeld dat de berekening van de opzegtermijn plaatsvindt vanaf de aanvang van de arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd.168 Dit brengt met zich dat bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst
aangegaan voor bepaalde tijd die voorafgaat aan een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd, buiten de berekening van de opzegtermijn wordt gehouden.169
Vervolgens speelt dit als arbeidsovereenkomsten aangegaan voor bepaalde tijd op grond van art. 7:668a leden 1 en 2 Burgerlijk Wetboek (zie Deel 1 6.4) worden omgezet in een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd. Deze omzetting vindt plaats bij de vierde in een reeks van arbeidsovereenkomsten aangegaan voor bepaalde
tijd. Hierbij spelen onderbrekingen van niet meer dan drie maanden geen rol. Een der- gelijke omzetting vindt ook plaats als arbeidsovereenkomsten aangegaan voor bepaal-
de tijd een periode van 36 maanden overschrijden. Ook hier doen onderbrekingen van niet meer dan drie maanden niet terzake. Met de onderbrekingen van niet meer dan drie maanden moet daarentegen wel rekening worden gehouden bij de berekening
van de opzegtermijn.17°

Verlengen/verkorten van de opzegtermijn

Lid 5 van art. 7:672 Burgerlijk Wetboek geeft aan dat deze voor de werkgever geldende opzegtermijnen alleen bij collectieve arbeidsovereenkomst kunnen worden verkort. Een verkorting van de voor de werkgever geldende opzegtermijn door middel van een individuele arbeidsovereenkomst is dus niet mogelijk. Daarentegen kan een verlen- ging van deze termijn schriftelijk gebeuren, dus niet alleen bij collectieve arbeidsover- eenkomst, maar ook in de individuele arbeidsovereenkomst of bij afzonderlijk ge- schrift.’

Inkortingsmogelijkheid

Als de werkgever toestemming heeft gekregen van de Centrale organisatie werk en in- komen om de arbeidsverhouding, in dit geval de arbeidsovereenkomst, op te zeggen (zie 5.3), mag hij op grond van art. 7:672 lid 4 Burgerlijk Wetboek de door hem in acht

168. Zie W.C.L. van der Grinten, J.W.M. van der Grinten & W.H.A.C.M. Bouwens 2005, p. 306 nt. 44. 169. Zie ook: W.C.L. van der Grinten, J.W.M. van der Grinten & W.H.A.C.M. Bouwens 2005, p. 306.
. 169. Zie ook: W.C.L. van der Grinten, J.W.M. van der Grinten & W.H.A.C.M. Bouwens 2005, p. 306.
170. Zie ook: W.C.L. van der Grinten, J.W.M. van der Grinten & W.H.A.C.M. Bouwens 2005, p. 306.
171. Zie ook: W.C.L. van der Grinten, J.W.M. van der Grinten & W.H.A.C.M. Bouwens 2005, p. 305. Zie voor de CAO-praktijk wat betreft de opzegtermijn van werkgeverskant: W. Smits 2004, p. 13.
Zie voor de CAO-praktijk wat betreft de opzegtermijn van werkgeverskant: W. Smits 2004, p. 13.

56 HOOFDSTUK 4

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *