My Blog

My WordPress Blog

DE REDEN VAN OPZEGGING
tieve arbeidsovereenkomst. Het niet in acht nemen van een dergelijke afspraak zal vaak met zich brengen dat de beoogde opzegging van de arbeidsovereenkomst geen ef-fect heeft. Dit is anders als de partij tot wie de opzegging is gericht zich wel dienover-eenkomstig gedraagt en daarmee in feite de opzegging van de arbeidsovereenkomst er-kent. Hij kan zich er dan niet achteraf op beroepen dat de opzegging niet overeenkom-stig de gemaakte afspraken heeft plaatsgevonden (zie ook art. 3:55 lid 1 BVV).163

 De reden van opzegging Art. 7:669 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat degene die de arbeidsovereenkomst opzegt, an de andere partij schriftelijk moet opgeven wat de reden van die opzegging is ge-…-eest.164 Deze mededelingsplicht geldt echter alleen als naar de reden van opzegging wordt gevraagd (art. 7:669 BW). De vraag naar de ontslagreden hoeft echter niet schrif-telijk to gebeuren, maar kan ook mondeling.165 Op het niet naleven van deze verplich-ting staat verder geen sanctie. Dat werd niet nodig gevonden.166 Een weigering van de werkgever om de reden schriftelijk te noemen kan mogelijk een indicatie zijn van de onredelijkheid van de opzegging (zie hfdst. 9).167
4J6 De opzegtermijnen 4.6.1 De opzegtermijnen voor de werkgever .Lk duur van de arbeidsovereenkomst is bepalend
lit art. 7:672 lid 2 Burgerlijk Wetboek blijkt dat de duur van de arbeidsovereenkomst Iengte van de door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn bepaalt. De door de merkgever in acht te nemen opzegtermijn bedraagt voor de eerste vijfjaar van de ar-vicisovereenkomst een maand. Deze opzegtermijn wordt voor iedere opvolgende pe-lode van vijfjaar verlengd met een maand tot een maximale opzegtermijn van vier Sthernatisch zien de voorgeschreven opzegtermijnen voor de werkgever er als volgt
—5 mr arbeidsovereenkomst rter dan 5 jaar tot 10 jaar tot 15 jaar jaar of langer Opzegtermijn -1 maand – 2 maanden – 3 maanden -4 maanden
be HR 31 oktober 1975, NJ 1976, 92. Z?eKamerstukken II 1996/97, 25 263, nr. 3 (memorie van toelichting), p. 27. 7Je P.F. van Doornik, SR 1997, p. 210-211. Zie ook: A.T.J.M. Jacobs 2001, p. 50. 76e oolc Kamerstukken II 1996/97, 25 263, nr. 6 (nota naar aanleiding van het verslag), p. 42. OIL 7fse Kamerstukken II 1989/90, 21 479, nr. 3 (memorie van toelichting), p. 19; Kamerstukken II 1996/97, 25 263, 111C 6 (nota naar aanleiding van het verslag), p. 42. Zie ook: A.T.J.M. Jacobs 2001, p. 50.
.111111DIGING DOOR OPZEGGING
55

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *