My Blog

My WordPress Blog

E OPZEGTERMIJNEN 

te nemen opzegtermijn met één maand inkorten (art. 7:672 lid 4 BW).172 De wettekst gebruikt de term ‘de door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging’. Daarmee worden dan niet alleen de wettelijke termijn, maar ook de in de individuele
arbeidsovereenkomst of bij collectieve arbeidsovereenkomst gegeven termijn van op- z:Ezging bedoeld.173 Wel geldt dat er altijd een opzegtermijn van één maand over moet blijven. Lid 7 van art. 7:672 Burgerlijk Wetboek geeft vervolgens aan dat van deze in Lder geval resterende minimale termijn van opzegging alleen bij collectieve arbeids- overeenkomst ten nadele van de werknemer kan worden afgeweken. Aan een afwijking
ten voordele van de werknemer is een dergelijke eis niet gesteld.’

 De opzegtermijnen voor de werknemer

Voor de duur van de opzegtermijn van werknemerskant speelt de duur van de arbeids- overeenkomst geen enkele rol. Lid 3 van art. 7:672 Burgerlijk Wetboek bepaalt name- lijk dat voor de werknemer als termijn van opzegging een periode van één maand
geldt. Van deze termijn kan schriftelijk worden afgeweken. Dit houdt in dat bij zowel de individuele als de collectieve arbeidsovereenkomst kan worden afgeweken. De afwij-
kingsmogelijkheid heeft betrekking op zowel het verlengen als het verkorten van de door de werknemer in acht te nemen opzegtermijn. Om afspraken die een werknemer Int een al te lange opzegtermijn zouden verplichten enigszins af te remmen, is in lid 6 wan art. 7:672 Burgerlijk Wetboek bepaald dat bij verlenging de opzegtermijn voor de werknemer niet langer mag zijn dan zes maanden. Bovendien is bepaald dat bij een
wrienging van de opzegtermijnen de opzegtermijn voor de werkgever altijd het dubbe- levan die voor de werknemer moet zijn. De wetgever heeft duidelijk gemaakt dat daar
mar de opzegtermijn van de werkgever niet het dubbele is van de opzegtermijn die de waarnemer in acht moet nemen, een dergelijk beding nietig is.175 Toch is er veel voor
gezeggen dat hier sprake is van vernietigbaarheid. De regeling van de opzegtermijn oliede werknemer in acht moet nemen en de mogelijkheid om daarvan op grond van lid 6 van art. 7:672 Burgerlijk Wetboek schriftelijk af te wijken heeft overduidelijk de
bedoeling de werknemer te beschermen (zie art. 3:40 lid 2 BW).176 Als in de arbeidsover- eenkomst is overeengekomen dat de opzegtermijn van de werknemer twee maanden is
emmer de voor de werkgever in acht te nemen opzegtermijn niets is afgesproken, dan zier veel voor te zeggen dat voor de werkgever een opzegtermijn geldt die tweemaal zo-at De rechtspraak is verdeeld over het antwoord op de vraag of de inkortingsmogelijkheid ook mag worden toegepast als het gaat om een werknemer van 45 jaar of ouder voor wie een overgangsregeling geldt (zie onderdeel Overgangsrecht voor werknemers van 45 jaar of ouder).bevestigend: Ktg. Heerlen 22 september 1999, JAR 1999, 221; Ktg. Rotterdam 19 september 2000, JAR 2000,
243; Ktr. Dordrecht 20 januari 2005, JAR 2005, 54.
Ontkennend: Rb. Maastricht 31 augustus 2000, JAR 2000, 204.
be over het overgangsrecht in het kader van de Wet flexibiliteit en zekerheid onder meer: E.J. Hendrichs &
IJL van Slooten, NJB 1997, p. 1497-1499; W.J.P.M. Fase, Arbeid Integraal 1998-1, p. 12-14; G.J.J. Rensink, SR
1598, p. 91; H. Uhlenbroek, ArbeidsRecht 1998-10, p. 44-48; E.V.C. Savelkoul, Loon 1999-2, p. 5-7; B. Wessel,
WIM 1999, p. 57-61; P.J. Nevelstein & M.K. Terpstra, S&V 1999, p. 128-133; E. Verhulp, SR 1999, p. 224-228;
Kuip, SR 1999, p. 257-260; B. Wessels, SR 1999, p. 311-313.; E. Verhulp, SR 1999, p. 313-315.
1115i. he i.:-terstukken II 1997/98, 26 257, nr. 7 (nota naar aanleiding van het verslag), p. 8.
75e L-terstukken II 1998/99, 26 257, nr. 3 (memorie van toelichting), p. 2.
ne ii-,..;:lerstukken II 1997/98, 26 257, nr. 7 (nota naar aanleiding van het verslag), p. 14. Zie onder meer: Ktr.
Alwaar 13 januari 2003, JAR 2003, 43; Rb. Breda 10 maart 2004, JAR 2004, 160; Ktr. Gouda 10 juni 2004,
P12004, 174. Zie ook: E. Verhulp 2001, p. 235.
Zie E Verhulp, ArbeidsRecht 2005-1, p. 6. Zie ook: E. Verhulp, JAR Verklaard december 2002-april 2003, p. 3-4.
be ander meer: CRvB 15 januari 2003, RSV 2003, 103.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *