De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.’ Ook is een werknemer arbeidsgehandicapt als hem voorzieningen zijn getroffen tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid. Tot slot is een arbeidsgehandicapte een werknemer die bij ziekte recht heeft op ziekengeld op grond van de Ziektewet” (zie art. 29a ZW).

Ernstig gewetensbezwaar

Lid 3 van art. 5:1 Ontslagbesluit ziet op de situatie dat een werknemer weigert de bedongen arbeid te verrichten met een beroep op ernstig gewetensbezwaar. Dit enkele feit is geen geldige reden om toestemming te verlenen om de arbeidsverhouding tegen opzeggen. Op iedere werknemer en werkgever rust de taak te doen wat in zijn mogen ligt om conflictsituaties over gewetensbezwaren te voorkomen.

Dit betekent dat de werkgever en de werknemer zo spoedig mogelijk met elkaar in overleg treden nadat de werknemer zijn bezwaar kenbaar heeft gemaakt. Mocht tijdens het overleg door de werkgever worden vastgesteld dat beëindiging van de arbeidsverhouding niet te vermijden is, dan moet de normale procedure voor het verkrijgen van toestem om de arbeidsverhouding te mogen opzeggen worden gevolgd.

Bij de behandeling van een dergelijk verzoek is voor het kunnen verlenen van die toestemming door de Centrale organisatie werk en inkomen vereist dat de werkgever geen reële mogelijkheden heeft om de werknemer een aangepaste dan wel andere passende functie aan te bieden.

Verwijtbaar handelen van werknemerskant

In art. 5:1 lid 4 Ontslagbesluit wordt als ontslaggrond het verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer genoemd. Van de Centrale organisatie werk en inkomen wordt bij de toepassing van dit motief bij een verzoek om toestemming om de arbeidsverhouding te mogen opzeggen om een redelijkheidsoordeel gevraagd.

Door de werkgever zal aannemelijk moeten worden gemaakt dat het verwijtbaar handelen van werknemerskant inderdaad heeft plaatsgevonden. De Centrale organisatie werk en inkomen moet dan vervolgens beoordelen of er van de werkgever al dan niet kan worden gevergd de betrokken werknemer te handhaven. 

Verzekering tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid en een uitkeringsregeling in verband met bevalling voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren meewerkende echtgenoten, Stb. 1997, 176. Zie wet van 6 juli 2004 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en enige andere wetten in verband met de beëindiging van de toegang tot die verzekering voor diegenen die op of na de inwerkingtreding van deze wet arbeidsongeschikt worden (Wet einde toegang verzekering WAZ), Stb. 2004, 324.

Via deze wet is de afschaffing van de WAZ vormgegeven door de WAZ zodanig te wijzigen dat vanaf 1 juli 2005 nieuwe instroom niet meer mogelijk. Dit houdt in dat degenen die vóór 1 juli 2004 arbeidsongeschikt worden in de zin van de WAZ, na afloop van het wachtjaar nog in aanmerking kunnen komen voor een WAZ-uitkering. Degenen die vanaf 1 juli 2004 arbeidsongeschikt worden, komen niet meer in de WAZ. Zij zijn aangewezen op de private verzekeringsmarkt voor een inkomensdervingsverzekering bij arbeidsongeschiktheid.